Roland Griffiths, 2019 (NIMH)
Roland Griffiths in 2019. Foto: NIMH / publiek domein.

In de vorige delen van deze serie ontmoetten we Terence McKenna, de verteller, en Timothy Leary, de provocateur. Beiden maakten psychedelica beroemd, maar beiden droegen ook bij aan de terugslag die het wetenschappelijk onderzoek ernaar decennialang lamlegde. Dit slotdeel gaat over de man die het tegenovergestelde deed: die psychedelica uit de underground terughaalde naar het laboratorium, en dat deed met een zorgvuldigheid die zelfs critici moesten respecteren. Zijn naam is Roland Griffiths.

De onwaarschijnlijke pionier

Wat Griffiths zo'n geloofwaardige figuur maakte, was juist dat hij níet als psychedelische idealist begon. Hij was een gerespecteerd psychofarmacoloog aan Johns Hopkins, een van de meest prestigieuze medische faculteiten ter wereld, en had decennialang naam gemaakt met nuchter onderzoek naar de effecten van onder meer cafeïne en kalmeringsmiddelen. Een methodische, voorzichtige onderzoeker — precies het tegenovergestelde van een Leary.

Pas rond zijn vijftigste, na een persoonlijke ervaring met meditatie die hem nieuwsgierig maakte naar de aard van diepe bewustzijnservaringen, verschoof zijn blik. In 1999 startte hij — tegen de stroom in, in een tijd dat psychedelica wetenschappelijk vrijwel taboe waren — een onderzoeksprogramma naar psilocybine, de werkzame stof in paddenstoelen en truffels. Dat een wetenschapper van zijn statuur en reputatie zich hieraan waagde, gaf het veld een geloofwaardigheid die het sinds de jaren zestig had verloren.

Het onderzoek dat alles veranderde

In 2006 publiceerden Griffiths en zijn collega's een studie die als startschot van de moderne psychedelische renaissance wordt gezien. Onder strikt gecontroleerde omstandigheden kregen gezonde vrijwilligers psilocybine toegediend, en een opvallend deel van hen beschreef de ervaring achteraf als een van de persoonlijk betekenisvolste gebeurtenissen van hun leven — vergelijkbaar met de geboorte van een kind. Cruciaal: maanden later rapporteerden velen nog steeds positieve, blijvende veranderingen in hun welzijn en levenshouding.

Waar het bij Leary rommelig en ongecontroleerd toeging, deed Griffiths het tegenovergestelde. Strikte protocollen, zorgvuldige screening van deelnemers, professionele begeleiding tijdens elke sessie, en — net zo belangrijk — een eerlijke registratie van de risico's náást de voordelen. Het lab was bewust ingericht als een huiskamer in plaats van een klinische ruimte, omdat de omgeving aantoonbaar invloed had op de ervaring. Precies het principe van set en setting, nu wetenschappelijk serieus genomen.

Van laboratorium naar behandeling

De jaren daarna bouwde Griffiths' team het bewijs gestaag uit. Zijn onderzoek toonde aan dat psilocybine, in een zorgvuldig begeleide therapeutische setting, kon helpen bij ernstige depressie, bij angst en existentiële nood van mensen met een levensbedreigende ziekte, en bij verslaving — van roken tot alcohol. In 2020 publiceerde zijn groep een streng gecontroleerde studie die liet zien dat psilocybine-begeleide therapie klinische depressie effectief kon behandelen.

Het werk genereerde zoveel wetenschappelijke en financiële belangstelling dat er in 2019 aan Johns Hopkins een speciaal onderzoekscentrum voor psychedelica en bewustzijn werd opgericht, met Griffiths als oprichtend directeur. Wat ooit een carrièrerisico was, was uitgegroeid tot een serieus, gefinancierd wetenschapsgebied. Andere topuniversiteiten volgden, en het veld dat Leary's tijdperk had platgelegd, stond weer overeind — deze keer op een stevig fundament.

Een laatste, persoonlijke wending

Het verhaal kreeg een aangrijpend slot. Eind 2021 kreeg Griffiths zelf de diagnose ongeneeslijke darmkanker. De man die jarenlang had onderzocht hoe psychedelica mensen kunnen helpen omgaan met de confrontatie met de dood, stond nu zelf voor die confrontatie. Hij sprak er in zijn laatste jaar opvallend open en sereen over, en bleef tot het einde pleiten voor zorgvuldig, wetenschappelijk onderbouwd onderzoek. Hij overleed in oktober 2023, 77 jaar oud. Het veld dat hij vrijwel in zijn eentje weer respectabel had gemaakt, verloor zijn belangrijkste pionier — maar het staat inmiddels stevig genoeg om zonder hem verder te gaan.

Wat Griffiths ons leert

Griffiths is het perfecte sluitstuk van deze serie, juist omdat hij de tegenpool is van de twee figuren ervoor. Waar McKenna en Leary lieten zien hoe charisma en enthousiasme een onderwerp groot kunnen maken én beschadigen, liet Griffiths zien dat zorgvuldigheid uiteindelijk verder komt. Niet door psychedelica te verheerlijken of af te kraken, maar door ze nuchter, eerlijk en methodisch te onderzoeken — inclusief de risico's.

En daarin ligt precies de houding die wij belangrijk vinden. Een belangrijke kanttekening hoort daar wel bij: het onderzoek van Griffiths vond plaats in streng gecontroleerde, professioneel begeleide klinische settings — dat is iets heel anders dan zelf thuis truffels nemen. Zijn werk is geen vrijbrief, maar een illustratie van hoe veel de omstandigheden uitmaken. Wie zelf met truffels aan de slag gaat, doet er goed aan diezelfde zorgvuldigheid na te streven: een doordachte voorbereiding en dosering, aandacht voor set en setting, en eerlijkheid over wanneer je het beter niet kunt doen.

Daarmee sluiten we de serie Beroemde psychonauten af — van de dichter via de provocateur naar de wetenschapper. Drie heel verschillende mannen, één gedeelde les: deze ervaringen verdienen het om serieus genomen te worden, met evenveel nieuwsgierigheid als zorgvuldigheid.